Sportwerkgever

Nieuwe Arbowet: weet waar u op moet letten als sportwerkgever

Nieuwe Arbowet: weet waar u op moet letten als sportwerkgever

Per 1 juli 2017 is de nieuwe Arbowet in werking getreden. Hiermee verandert de rol van verschillende betrokkenen in de sport: voor de werkgever, werknemer, bedrijfsarts en preventiemedewerker, maar ook voor het medezeggenschapsorgaan in de vorm van een ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT). Het doel van de nieuwe wet is om werkgevers en werknemers meer te betrekken bij de Arbowet en meer nadruk te leggen op preventie. Maar wat verandert er nu precies? Voor u, als sportwerkgever, hebben wij de belangrijkste zaken op een rijtje gezet, zodat u weet wat u nog dient in te regelen.

ARNHEM - 6 september 2017

Werknemers moeten gezond en veilig kunnen werken. Hier zorgt de Arbeidsomstandighedenwet voor, beter bekend als de Arbowet. In de Arbowet staan de regels over gezondheid, veiligheid en welzijn van medewerkers. Deze wet geldt voor alle werkgevers en werknemers in Nederland. Als sportorganisatie of sportvereniging dient u deze wet ook te hanteren voor bijvoorbeeld deeltijd- en flexwerkers, uitzendkrachten, personen met een nulurencontract en stagiaires.

Wat zijn de belangrijkste veranderingen?
Door de nieuwe Arbowet wordt de positie van de preventiemedewerker versterkt, krijgt het medezeggenschapsorgaan een grotere rol bij het arbobeleid en worden de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts aangescherpt.

De belangrijkste wijzigingen in het kort:
  • veruit de belangrijkste wijziging heeft te maken met de rol en de taken van de bedrijfsarts. Werknemers moeten de bedrijfsarts kunnen consulteren over gezondheidskundige vragen in relatie tot het werk, ook als de werknemer nog niet verzuimt of klachten heeft. Iedere werknemer heeft dus het recht om zonder toestemming van de werkgever de bedrijfsarts te bezoeken. Dit heeft als doel klachten en verzuim te voorkomen;
  • een andere belangrijke wijziging is de invoering van het basiscontract. Afspraken over de arbodienstverlening worden opgenomen in een schriftelijke overeenkomst: het basiscontract arbodienstverlening;
  • het recht van de werknemer op een second opinion door een andere bedrijfsarts. Bedrijfsartsen moeten een dergelijk verzoek honoreren, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om het niet te doen. De second opinion wordt door de werkgever betaald;
  • Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) krijgt meer sanctioneringsmogelijkheden naar werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen toe. Deze kunnen worden toegepast als de werkgever bijvoorbeeld regels op het gebied van het minimumloon, de veiligheid of gezondheid van werknemers of werktijden overschrijdt.
Waar moet u als sportwerkgever op letten?

1. Check uw basiscontract
Het basiscontract stelt eisen aan de minimale arbozorg die geregeld moet zijn. Het basiscontract is niet nieuw, maar met de invoering van de nieuwe Arbowet wordt dit wel verplicht. Check het basiscontract met uw arbodienstverlener of bedrijfsarts en leg het voor bij uw personeelsvertegenwoordiging. Deze moet namelijk instemmen met de inhoud van het basiscontract.

Wat dient in het basiscontract opgenomen te zijn?
Bestaande wettelijke taken:
  • het toetsen van de RI&E (Risico Inventarisatie en Evaluatie, inclusief plan van aanpak) en het adviseren daarover. Voor sportorganisaties en sportverenigingen is een branche-RI&E ontwikkeld: de Sport RI&E. De Sport RI&E wordt momenteel aangevuld en aangepast volgens de Arbowet;
  • ziekteverzuimbegeleiding;
  • (Periodiek) ArbeidsGezondheidskundig Onderzoek (PAGO);
  • aanstellingskeuring. Een aanstellingskeuring wordt uitgevoerd om de medische geschiktheid van de sollicitant te onderzoeken. Een werkgever mag alleen in specifieke, uitzonderlijke gevallen een werknemer laten keuren. De regels hiervoor volgen uit de Wet op de Medische Keuringen.
Nieuwe verplichtingen in het basiscontract:
  • de advisering over preventie aan de werkgever door de bedrijfsarts moet zijn opgenomen;
  • er moet worden opgenomen hoe de toegang tot de bedrijfsarts is geregeld. Iedere bedrijfsarts of arbodienst moet een duidelijke omschrijving hebben van hoe en waar de werknemer eventuele klachten over de bedrijfsarts kan indienen;
  • ook moet worden opgenomen op welke wijze het overleg van de bedrijfsarts met de preventiemedewerker en de personeelsvertegenwoordiging is geregeld;
  • de mogelijkheid voor de bedrijfsarts om iedere werkplek te kunnen bezoeken;
  • een bedrijfsarts moet tijd kunnen besteden aan het opsporen, onderkennen, diagnosticeren en melden van beroepsziekten.
2. Geef de bedrijfsarts de ruimte
Neem alvast een keer contact op met de bedrijfsarts voor een kennismaking of een rondleiding in uw sportorganisatie. Dit in het kader van beeldvorming, preventie en goede onderlinge communicatie. De bedrijfsarts krijgt in de nieuwe Arbowet immers vrije toegang tot de werkvloer en kan iedere werkplek in uw sportorganisatie bezoeken indien hij dit wenst en nodig acht.

3. Breng de werknemers op de hoogte
Ons advies is om het nieuwe arbobeleid met uw werknemers te bespreken. In sommige sportorganisaties is geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging aanwezig. Wendt u dan tot alle werknemers en breng hen op de hoogte van het nieuwe arbobeleid en hun rechten, zoals de mogelijkheid van een second opinion of een open spreekuur. Maar ook als er wel een medezeggenschapsorgaan aanwezig is, is het verstandig de wijzigingen en hun rechten met uw werknemers te bespreken.

4. Informeer over de klachtenprocedure
Iedere bedrijfsarts of arbodienst moet een duidelijke werkwijze of procedure hebben die beschrijft hoe en waar de werknemer en werkgever eventuele klachten over de dienstverlening door de bedrijfsarts kunnen indienen. Laat u bij de bedrijfsarts en/of arbodienst informeren over de mogelijkheden en stel uw werknemers hiervan op de hoogte.

De preventiemedewerker in de sport
Sportorganisaties met meer dan 25 werknemers moeten één of meerdere preventiemedewerker(s) aanstellen. Een sportwerkgever met maximaal 25 werknemers mag de preventietaken zélf uitvoeren als hij daarvoor over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting beschikt. De preventiemedewerker moet voldoende geschoold, ervaren en uitgerust zijn (op het gebied van veiligheid, gezondheid, verzuim en duurzame inzetbaarheid) om zijn taken goed uit te kunnen voeren. De Werkgevers in de Sport (WOS) heeft in samenwerking met de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) voor preventiemedewerkers een Snelstartgids ontwikkeld, die stapsgewijs ondersteunt bij het invullen van de rol en het uitvoeren van de taken. De Snelstartgids werkt als een stappenplan: Zijn er bepaalde onderdelen al geregeld of niet van toepassing? Dan kunnen die worden overgeslagen. Via de links naar de verschillende bronnen kan verdere verdieping worden gezocht. Bekijk de Snelstartgids voor preventiemedewerkers.

Preventiemedewerker en de medezeggenschap
De OR heeft een expliciet instemmingsrecht (op basis van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden) als het gaat om de keuze van de preventiemedewerkers en de positionering van de preventiemedewerkers in de organisatie. Dit instemmingsrecht geldt per 1 juli 2017.
De wettelijke taken van de preventiemedewerker zijn:
  • het ondersteunen van de sportwerkgever om te voldoen aan de Arbowet;
  • het meewerken aan of het opstellen van een Sport RI&E (inclusief het plan van aanpak);
  • het meewerken aan het uitvoeren van de maatregelen uit onder andere het plan van aanpak;
  • het samenwerken met en het adviseren aan de OR of de PVT;
  • het samenwerken met en het adviseren aan de bedrijfsarts of de arbodienst (uiterlijk verplicht per 1 juli 2018).
Sportverenigingen, kleine sportwerkgevers en de Sport RI&E
Een sportvereniging die in totaal voor minimaal veertig uur per week betaalde krachten in dienst heeft is verplicht een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) uit te voeren. Sportverenigingen kunnen hierbij gebruikmaken van de Sport RI&E van de WOS. Dit instrument houdt rekening met risico’s binnen grote, middelgrote en kleinere sportorganisaties. Binnen de Sport RI&E is voor een groot aantal sporten een op maat gemaakte vragenset beschikbaar die aansluit bij de sportspecifieke risico's. Hoewel een sportvereniging met enkel vrijwilligers of met betaalde krachten voor minder dan veertig uur per week niet RI&E-plichtig is, doet ook die sportvereniging er goed aan een RI&E uit te voeren, omdat het bestuur van zo’n sportvereniging ook aansprakelijk kan worden gesteld voor schade door ziekte of een ongeval. Daarnaast is het hebben van een actuele RI&E vaak verplicht gesteld in de polisvoorwaarden van een aansprakelijkheidsverzekering. Doordat bestuurders van sportverenigingen dit niet altijd weten, kunnen er problemen ontstaan. Het toepassen van de Sport RI&E leidt tot een plan van aanpak aan de hand waarvan de risico’s, die in een sportorganisatie bestaan, kunnen worden aangepakt. Bij de uitwerking van het plan van aanpak kan een ander handig instrument, het Oplossingenboek, worden gebruikt.

Toolkit SZW
Het Ministerie van SZW heeft een toolkit ontwikkeld over de wijzigingen van de Arbowet. Deze toolkit bevat factsheets, documenten en animaties. Dit is handige informatie voor sportwerkgevers, preventiemedewerkers, bedrijfsartsen, arboprofessionals, OR-leden en PVT-leden. De kit bevat tevens links naar webinars over de wetswijziging en het basiscontract. De toolkit wordt in de rest van het jaar nog verder aangevuld.

Overgangsperiode tot 1 juli 2018
Voor huidige contracten geldt een overgangsperiode tot 1 juli 2018. Werkgevers en arbodienstverleners dienen voor die tijd de contracten aan te passen. Dit kan door bestaande contracten aan te vullen of door een nieuw contract af te sluiten. Alle nieuwe contracten die op of na 1 juli 2017 worden afgesloten moeten meteen voldoen aan de nieuwe eisen.

Dit artikel is geschreven voor SPORT Bestuur en Management. Voor vragen kunt u contact opnemen met Nischa Janssen via 06-51315659 en n.janssen@sportwerkgever.nl.

Nieuwsarchief

Nieuws

Nieuwsbrieven