Sportwerkgever

Arbeidstijden

De Arbeidstijdenwet (Atw) is het wettelijk kader voor arbeids- en rusttijden en heeft als doel de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemer te waarborgen door het stellen van minimumvoorschriften voor arbeids- en rusttijden en door het combineren van arbeid en zorgtaken alsmede andere verantwoordelijkheden buiten de arbeid te bevorderen.

Een sportorganisatie is ten opzichte van zijn personeel verplicht de wettelijke normen voor maximumarbeidstijd, minimumrusttijd, pauzes en arbeid op zondag in acht te nemen. Deze zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet (Atw). De Atw is overigens slechts van toepassing op de verhouding tussen de werkgever en de (gedetacheerde) werknemer en geldt bijvoorbeeld niet voor vrijwilligers of zzp'ers. De Atw is in beginsel ook niet van toepassing op beroepssporters. Toch is het raadzaam om bij vrijwilligers, zzp'ers en beroepssporters toch te letten op de verhouding arbeidstijd/rusttijd.

Afwijken van de Atw
De Atw gaat uit van een zogenoemd dubbel normenstelsel. Dit betekent dat een werkgever de wettelijke standaardregelingen in acht moet nemen, maar dat bij een collectieve regeling in sommige gevallen hiervan mag worden afgeweken. Dit kan een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) zijn, maar ook een schriftelijke afspraak tussen de werkgever en een medezeggenschapsorgaan, zoals een ondernemingsraad (or) of personeelsvertegenwoordiging (pvt). Let op: een afspraak in een individuele arbeidsovereenkomst is geen collectieve regeling.

Maximum arbeidstijden
Bij collectieve regeling kan worden afgeweken van het maximum van 55 uren per vier weken voor een niet-jeugdige werknemer. Zo is in de CAO Sport bijvoorbeeld een jaarurensystematiek opgenomen waarin de arbeidsduur wordt uitgedrukt in uren per jaar (1.930 uren). Zo kan beter worden ingespeeld op drukkere en rustigere periodes in verband met de looptijd van competities en toernooien. Uiteraard mogen de overige normen die in tabel 1 staan hierbij niet worden overschreden.

Minimum rusttijden
In tabel 2 staan de wettelijke minimum rusttijden die werkgevers in acht moeten nemen. De rustperiode wordt bepaald door te tellen vanaf het eerste moment van de dag waarop de arbeid wordt verricht.

Rekenvoorbeeld
Medewerker X is werkzaam bij sportorganisatie Y en werkt op maandag van 08:30 tot 17:00 uur, vervolgens- diezelfde dag- van 20:00 tot 22:00 uur en op dinsdag begint zij weer om 08:30 uur tot 17:00 uur. Mederwerker X heeft in de periode van maandag 08:30 uur tot dinsdag 08:30 uur ten minste recht op 11 uren aaneengesloten rusttijd. Tussen maandag 17:00 uur en 22:00 uur heeft zij slechts 3 uren rust. Vervolgens heeft zij na maandag 22:00 uur slechts 10,5 uren rust.

Aangezien medewerker X in de referentieperiode niet 11 uren onafgebroken rusttijd geniet, is het dus niet toegestaan om X conform bovenstaand dienstrooster te werk te stellen. Sportorganisatie Y zou de tweede dienst op maandag om 21:30 uur kunnen laten eindigen, zodat X weer 11 uren aaneengesloten rust heeft. Overigens is het mogelijk om eenmaal in de 7 dagen de rusttijd in te korten tot ten minste 8 uren, maar dan moet de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit wel vereisen.

Arbeid op zondag
De hoofdregel is dat op zondag geen arbeid wordt verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en dit door partijen is bedongen (bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst of de toepasselijke cao). In zowel de CAO Sport als de cao voor sportverenigingen is bepaald dat arbeid op zondag, gelet op de aard van de functie van de werknemer, in sommige gevallen als normaal kan worden beschouwd. Denk bijvoorbeeld aan arbeid in het kader van wedstrijden of toernooien op zondag.

Mochten werkgever en werknemer geen arbeid op zondag hebben bedongen, dan kan een werknemer slechts op zondag tewerkgesteld worden als de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken. Tevens moet een werkgever hierover overeenstemming bereiken met een medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. De werkgever moet aantonen dat hij een bedrijfseconomisch belang heeft bij arbeid op zondag. Hierbij spelen alle omstandigheden van het geval mee, zoals de (extra) omzet die een sportvereniging kan genereren door het houden van een toernooi op zondag.

Handhaving
Werkgever en werknemer zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven van de wettelijke arbeidstijden. Vakbonden en medezeggenschapsorganen kunnen opkomen voor de belangen van een werknemer, wanneer sprake is van niet-nakoming van een collectieve regeling. Indien een werknemer meer wordt ingezet dan wettelijk is toegestaan en hij (hierdoor) arbeidsongeschikt raakt, kan de sportorganisatie aansprakelijk worden gesteld. Het niet naleven van de wettelijke arbeidstijden levert in beginsel namelijk een schending op van de zorgplicht van de werkgever jegens de werknemer.

Tabel 1  Wettelijke maximum arbeidstijden

  Niet-jeugdige werknemer
(18 jaar of ouder)
Jeugdige werknemer
(16 of 17jaar)
Arbeidstijd per dienst 12 uren 9 uren
Arbeidstijd per week 60 uren 45 uren
Arbeidstijd per 4 aaneengesloten weken gemiddeld 55 uren per week gemiddeld 40 uren per week
Arbeidstijd per 16 aaneengesloten weken gemiddeld 48 uren per week x

Tabel 2  Wettelijke minimum rusttijden per dag en per week

  Niet-jeugdige werknemer
(18 jaar of ouder)
Jeugdige werknemer
(16 of 17 jaar)
Rusttijd per 24 aaneengesloten uren (dagelijks) 11 uren 12 uren, waarin begrepen de uren tussen 23.00 en 06.00 uur
Rusttijd per aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren (wekelijks) of  14 maal 24 uren (tweewekelijks) 36 uren per week of 72 uren per twee weken (die kan worden gesplitst in onafgebroken rustperioden van elk ten minste 32 uren) 36 uren per week 

Tabel 3  Wettelijke minimum pauzetijden

  Niet-jeugdige werknemer
(18 jaar of ouder)
Jeugdige werknemer
(16 of 17 jaar)
Pauze bij dienst van meer dan
4,5 uren
x 30 minuten (op te splitsen in twee keer 15 minuten)
Pauze bij dienst van meer dan
5,5 uren
30 minuten (op te splitsen in twee keer 15 minuten) 30 minuten (op te splitsen in twee keer 15 minuten)
Pauze bij dienst van meer dan
10 uren
45 minuten (op te splitsen in pauzes van ten minste 15 minuten) x


Ga naar Jaaruren in de sport

Deze informatie is tot stand gekomen in samenwerking met BrantjesVeerman Advocaten. Bron: SPORT Bestuur & Management, vakblad voor sportbestuurders, sportkader en sportoverheden - nummer 4, 2011

Hebt u nog vragen? Neem dan contact op met de helpdesk via de button rechtsonder!