Sportwerkgever

FAQ Wet dba

Per 1 mei 2016 is de manier waarop u zzp’ers en andere opdrachtnemers in uw organisatie kunt inzetten veranderd. Er geldt een overgangsperiode tot 1 juli 2018 die u kunt gebruiken om de nieuwe handelwijze in te voeren.

In die periode geeft de Belastingdienst informatie en stelt hulpmiddelen ter beschikking, bijvoorbeeld door brieven, webinars en modelovereenkomsten. Leest u de informatie van de Belastingdienst.

Sportspecifieke vragen
De WOS heeft in aanvulling op het door de Belastingdienst opgestelde materiaal een aantal sportspecifieke vragen verzameld. De antwoorden op de veel gestelde vragen kunt u ter aanvullende beeldvorming gebruiken. Deze antwoorden komen niet in de plaats van de informatie van de Belastingdienst. De aan de WOS ‘veel gestelde vragen’ leest u onderstaand.

Let op: we brengen hierna alleen onderscheid aan tussen de overeenkomst van opdracht en de arbeidsovereenkomst. We gaan niet in op eventuele andere overeenkomsten, zoals de uitzendovereenkomst, vervoersovereenkomst etc.

Overeenkomst van opdracht

  1. Wat is de Wet DBA?
  2. Wat betekent ‘inhoudingsplichtig’?
  3. Hoe beoordeel ik de arbeidsrelatie?
  4. Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
  5. Wanneer is er sprake van een fictieve dienstbetrekking?
  6. Wat gebeurt er als ik niet handel zoals ik de arbeidsrelatie vooraf beoordeeld heb?
  7. Wanneer kan ik een overeenkomst van opdracht afsluiten?
  8. Is het voor de beoordeling van een arbeidsovereenkomst nog van belang of iemand ondernemer is?
  9. Waarvoor dienen de modelovereenkomsten?
  10. Is de modelovereenkomst verplicht?
  11. Waar moet ik op letten als ik zelf een overeenkomst van opdracht opstel?
  12. Moet ik een eigen model vooraf ter beoordeling aan de Belastingdienst voorleggen?
  13. Kan ik de fictieve dienstbetrekking standaard uitsluiten?
  14. Moet ik vanaf 1 mei 2016 alles al geregeld hebben?
  15. Is samenwerking met een B.V. een oplossing?
  16. Gelden er nog bijzondere zaken voor de sector sport & bewegen?
  17. Welke informatie vind ik bij de Belastingdienst?

1. Wat is de Wet DBA?

De kern van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties is dat de VAR is vervallen. De opdrachtgever en opdrachtnemer moeten voortaan gezamenlijk, vooraf de arbeidsrelatie beoordelen om vast te stellen of de opdrachtgever wel of niet inhoudingsplichtig is. U toetst zelf of de samenwerking als een arbeidsovereenkomst of een fictieve dienstbetrekking beschouwd wordt of niet. Is dit niet het geval? Dan is de opdrachtgever niet inhoudingsplichtig. De ‘Verklaring arbeidsrelatie’ (VAR) - als hulpmiddel om te bewijzen dat de opdrachtgever niet inhoudingsplichtig is – kan sinds 1 mei 2016 niet meer gebruikt worden.

Voorbeeld: vorig jaar werkte u samen met een bondscoach die beschikte over een VAR WUO. De bondscoach heeft specifieke ervaring en deskundigheid en diverse andere klussen, soms tegelijkertijd, soms achtereenvolgens. Tot 1 mei kon u de VAR WUO gebruiken om te laten zien dat u niet inhoudingsplichtig was. Vanaf 1 mei moet u laten zien dat u met elkaar in gesprek bent (geweest) om vast te stellen hoe de arbeidsrelatie - zonder VAR WUO - moet worden beoordeeld; ook als volstrekt duidelijk is dat de bondscoach als zelfstandige werkzaam is! De oude VAR geldt niet meer.

2. Wat betekent ‘inhoudingsplichtig’?

‘Inhoudingsplichtig’ is een term uit de belastingwet. Is de arbeidsrelatie te duiden als een arbeidsovereenkomst of als een fictieve dienstbetrekking? Dan moeten loonbelasting, premie volksverzekeringen en premie werknemersverzekeringen (samen: loonheffingen) worden ingehouden en aan de Belastingdienst worden afgedragen. Dit doet de werkgever. Die is dan ‘inhoudingsplichtig’.

3.Hoe beoordeel ik de arbeidsrelatie?

Opdrachtgever en opdrachtnemer dienen vooraf op basis van feiten en omstandigheden te bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst, een fictieve dienstbetrekking of anders. Dat kunt u doen met behulp van het stroomschema arbeidsrelatie. Zie ook vragen 4 en 5.

4. Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?

Er is sprake van een arbeidsovereenkomst, zodra aan de volgende drie aspecten gezamenlijk wordt voldaan:

  • gezag: de werkzaamheden vinden plaats onder leiding en toezicht; u kunt bindende aanwijzingen geven over de manier waarop het werk moet plaatsvinden; en
  • persoonlijke arbeid: de opdrachtnemer kan zich niet vrijelijk laten vervangen; en
  • loon: de opdrachtgever levert een tegenprestatie - meestal in geld - voor de bedongen arbeid.

Als gevolg van een arbeidsovereenkomst bent u inhoudingsplichtig en geldt het arbeidsrecht, zoals de ketenbepaling, het minimumloon en de transitievergoeding.

5. Wanneer is er sprake van een fictieve dienstbetrekking?

De fictieve dienstbetrekking is een ‘raar’ fenomeen. U sluit geen arbeidsovereenkomst, maar een overeenkomst van opdracht. Toch kan die leiden tot inhoudingsplicht als de opdrachtnemer niet in voldoende mate zelfstandig is.

Er is sprake van een fictieve dienstbetrekking, als degene die de arbeid verricht dit 'persoonlijk' doet, 'op doorgaans tenminste twee dagen per week' en tegen 'tenminste 40% van het minimumloon per week', tenzij de samenwerking korter duurt dan een maand, of wanneer er sprake is van een échte zelfstandige. In het geval van een fictieve dienstbetrekking geldt dat niet als arbeidsovereenkomst, maar bent u wel loonbelasting- en SV-premies aan de Belastingdienst verschuldigd.

Tip: doe in bij de samenwerking op grond van een overeenkomst van opdracht met een zzp’er steeds de ondernemerscheck. Zie ook: vraag 13. Ook kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer er gezamenlijk voor kiezen om de fictieve dienstbetrekking in de overeenkomst van opdracht uit te sluiten. Zie ook: vragen 11 en 13.

6. Wat gebeurt er als ik niet handel zoals ik de arbeidsrelatie vooraf beoordeeld heb?

Als de Belastingdienst bij controle achteraf vaststelt dat er wel degelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan bent u werkgever en dus inhoudingsplichtig. U krijgt de correctienota. De Belastingdienst berekent dan het totale bedrag aan niet afgedragen loonheffingen (zie: vraag 2), plus boete en heffingsrente. Daarvan kunt u alleen de loonheffing (loonbelasting plus premie volksverzekeringen) op uw werknemer verhalen. De premies werknemersverzekeringen kunt u niet achteraf verhalen. En let op! Blijkt achteraf dat toch sprake was van een arbeidsovereenkomst? Dan geldt het arbeidsrecht, zoals de ketenbepaling en de transitievergoeding.

Voorbeeld: uw hoofdtrainer is werkzaam in dienstbetrekking. Kort voor een belangrijk toernooi valt hij helaas uit door ziekte. U vervangt hem direct door een zzp’er. U draagt geen loonheffingen af. Werkt de vervanger geheel naar eigen inzicht en onder eigen verantwoordelijkheid? Dan is er waarschijnlijk niets aan de hand. Blijkt echter dat de vervanger onder dezelfde omstandigheden werkt als de uitgevallen hoofdtrainer en oefent u invloed uit op de manier waarop de uitvoering van de opdracht plaatsvindt? Dan kan de Belastingdienst bij een looncontrole het standpunt innemen dat er eigenlijk een arbeidsovereenkomst was. De opdrachtgever krijgt daar de nota van. De loonbelasting/premie volksverzekeringen kan hij op de vervanger verhalen. De premie werknemersverzekeringen, boete en rente niet. Duurt de ziekte onvoorzien langer dan twee jaar en neemt de opdrachtgever daarna afscheid van de vervanger? Dan is mogelijk ook nog een transitievergoeding verschuldigd.

7. Wanneer kan ik een overeenkomst van opdracht afsluiten?

U kunt een overeenkomst van opdracht alleen dan afsluiten als uit de toetsing blijkt dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. U kunt de overeenkomst van opdracht sluiten met een echte zelfstandige, maar ook met iemand die dat misschien niet is. In het laatste geval kunt u denken aan degene waarvoor u tot nu toe na de samenwerking een zogenoemde IB 47-melding aan de Belastingdienst doet. Dit is de melding van een betaling aan een ‘natuurlijke persoon-niet in dienstbetrekking’ (en geen zelfstandige).

Voorbeeld: u zet met enige regelmaat wisselende opleiders of trainers in voor het geven van een clinic of lezing. Is deze persoon geen zzp’er, maar voert deze opdrachtnemer wel naar eigen inzicht en onder eigen verantwoordelijkheid de opdracht uit? Dan kunt u een overeenkomst van opdracht sluiten en doet u na afloop van het kalenderjaar de IB 47-melding. Moet de trainer verplicht uw programma volgen en kan hij niet een ander sturen? Dan is een arbeidsovereenkomst waarschijnlijk beter passend. Is het wel een zzp’er? Dan kunt u ook de overeenkomst van opdracht gebruiken. Let u dan wel op eventuele BTW-verplichtingen.

8. Is het voor de beoordeling van een arbeidsovereenkomst nog van belang of iemand ondernemer is?

Nee! In de nieuwe regeling is de vraag of iemand ondernemer/zzp'er is of niet, niet meer relevant om een arbeidsovereenkomst uit te sluiten. U moet altijd aan de drie voor een arbeidsovereenkomst geldende criteria toetsen. Ook bij een echte ondernemer. Geldt één van die criteria niet? Dan is misschien sprake van een fictieve dienstbetrekking. Alleen voor het weerleggen daarvan is zelfstandig ondernemerschap nog relevant (zie vraag 5).

9. Waarvoor dienen de modelovereenkomsten?

De modelovereenkomsten zijn door de Belastingdienst ontwikkeld om de onrust en onzekerheid onder opdrachtgevers en opdrachtnemers te verkleinen. Het gebruik ervan is niet verplicht. Volgens de Belastingdienst mag u bij het werken volgens een modelovereenkomst erop vertrouwen dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Hier gelden wel enkele aandachtspunten!

10. Is de modelovereenkomst verplicht?

De modelovereenkomst is niet verplicht, maar biedt u wel het gemak dat u niet zelf een overeenkomst hoeft te maken. De modelovereenkomsten van de sport houden bovendien rekening met enkele sportspecifieke bepalingen die samenhangen met door derden opgelegde verplichtingen, bijvoorbeeld vanwege sponsorverplichtingen.

11. Waar moet ik op letten als ik zelf een overeenkomst van opdracht opstel?

U kunt een eigen model gebruiken. De meest voor de hand liggende overeenkomsten zijn dan een overeenkomst van opdracht waarin u gezag uitsluit, of een overeenkomst van opdracht waarin u persoonlijke arbeid uitsluit.

Het is raadzaam op het volgende te letten:

  • Leg vast dat u een overeenkomst van opdracht aangaat en sluit zowel de arbeidsovereenkomst als de fictieve dienstbetrekking uit, bijvoorbeeld met de volgende tekst:
    • dat partijen uitsluitend met elkaar wensen te contracteren op basis van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 e.v. BW; en
    • dat partijen uitdrukkelijk niet beogen om een arbeidsovereenkomst aan te gaan in de zin van artikel 7:610 e.v. BW en
    • dat partijen ervoor kiezen om in voorkomende gevallen de fictieve dienstbetrekking van thuiswerkers of gelijkgestelden zoals bedoeld in artikel 2b Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 en artikel 5 van het Besluit aanwijzing gevallen waarin arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd (Besluit van 24 december 1986, Stb. 1986, 655), buiten toepassing te laten, en daartoe deze overeenkomst opstellen en ondertekenen voordat uitbetaling plaatsvindt.
  • De feiten en omstandigheden zijn bepalend. Legt u vast dat de opdracht naar eigen inzicht en onder eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt, maar geeft u wel bindende opdrachten of aanwijzingen? Dan handelt u niet volgens de omschrijving en oefent u (waarschijnlijk) wel gezag uit. Gaat u dan na of er geen sprake is van een verplichting tot persoonlijke arbeidsverrichting. Is die er ook? Dan kunt u beter een arbeidsovereenkomst aangaan. Let daarbij op de gevolgen van de ketenbepaling en andere arbeidsrechtelijke bepalingen.
  • Sluit u een overeenkomst van opdracht waarin het element ‘persoonlijke arbeid’ wordt uitgesloten? Dan mag u een vervanger alleen weigeren op basis van objectieve kwalificaties, bijvoorbeeld het beschikken over een VOG. Legt u die voorwaarde vooraf vast!
  • Kan de opdrachtnemer zich laten vervangen uit een vaste, onder uw regie tot stand gekomen ‘pool’ (vaste groep waaruit vervangers komen)? Dan is geen sprake van vrije vervanging. Vindt vervanging plaats uit een pool, die niet onder regie van de opdrachtgever staat/tot stand is gekomen, dan is dat wel het geval.

12. Moet ik een eigen model vooraf ter beoordeling aan de Belastingdienst voorleggen?

Nee, dat hoeft niet, maar kan wel. Voorleggen biedt u vooraf zekerheid over de vraag of u de feiten en omstandigheden op dezelfde manier interpreteert als de Belastingdienst.

13. Kan ik de fictieve dienstbetrekking standaard uitsluiten?

Ja, dat kan voorafgaand aan de betaling van de beloning overeengekomen worden. Daarvoor kunt u een standaardbepaling opnemen in uw overeenkomst van opdracht. Zie: vraag 11. Dan hoeft u vooraf alleen nog maar te toetsen of er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. In de modelovereenkomsten van de Belastingdienst staat deze uitsluiting ook.

Tip: Sluit u de fictieve dienstbetrekking in de overeenkomst van opdracht niet uit? Doe dan de ondernemerscheck om de fictieve dienstbetrekking te kunnen weerleggen op grond van zelfstandig ondernemerschap.

14. Moet ik vanaf 1 mei 2016 alles al geregeld hebben?

U krijgt tot 1 juli 2018 de tijd om de nieuwe regeling in te voeren. In die periode houdt de Belastingdienst wel toezicht, maar legt in principe geen correcties op. U moet in deze periode lopende gevallen toetsen volgens de hoofdregels van een arbeidsovereenkomst of een fictieve dienstbetrekking en indien nodig aanpassen. U heeft hier een inspanningsverplichting! Laat zien dat u in gesprek bent over de beoordeling van de arbeidsrelatie. Leg de gesprekken vast in uw ‘dossier’. Bent u door de Belastingdienst al gewaarschuwd dat een bepaalde arbeidsrelatie waarschijnlijk een dienstbetrekking is? Draagt u dan met spoed zorg voor een goede onderbouwing van uw keuze als u toch een overeenkomst van opdracht sluit. De coulance gedurende de overgangstermijn geldt niet als er toch een arbeidsovereenkomst was en het niet wijzigingen daarvan te duiden is als ‘opzet’ of ‘grove schuld’.

15. Is samenwerking met een B.V. een oplossing?

Besluit u om een overeenkomst van opdracht aan te gaan met een B.V. met één werknemer/directeur-grootaandeelhouder (dga), die de werkzaamheden persoonlijk voor u verricht? Dan bestaat het risico dat de Belastingdienst ‘door de B.V. heen kijkt’ en zich op het standpunt stelt dat het om de persoonlijke arbeid van die dga gaat. Kunt u dan ook nog gezag uitoefenen? Dan bent u waarschijnlijk alsnog inhoudingsplichtig. Voor de inzet van een B.V. die naar eigen inzicht en onder volledige eigen verantwoordelijkheid de werkzaamheden verricht, kan de ‘Overeenkomst van opdracht - geen gezag’ uitkomst bieden.

16. Gelden er nog bijzondere zaken voor de sector sport & bewegen?

De WOS heeft voor de sector sport & bewegen met de Belastingdienst gewerkt aan modellen ‘Overeenkomst van opdracht’. De modellen bieden een belangrijk hulpmiddel bij het op juiste wijze inrichten van samenwerking met derden in de sport en vormen het sluitstuk van een zorgvuldige beoordeling van de arbeidsrelaties met niet-werknemers. Met deze Modelovereenkomsten verwacht de WOS een passend antwoord te bieden op de vragen rondom de afschaffing van de VAR en invoering van de DBA.

Voorbeeld: Voor de woensdagmiddagtraining van de pupillen is niet zozeer een bepaald resultaat belangrijk, alswel dat de pupillen een ‘leuke middag’ hebben. Toch kan het zijn dat u graag een vast gezicht op het veld heeft staan. In dit geval is de Overeenkomst - Geen gezag, met inspanningsverplichting waarschijnlijk de meest passende. Voor het A-team heeft u wellicht promotie naar een hogere klasse voor ogen. U zet een opdrachtnemer in die u verantwoordelijk stelt voor het resultaat. Dan is waarschijnlijk de Overeenkomst - Geen gezag, met resultaatsverplichting meest passend. Wilt u wel invloed op de uitvoering van de werkzaamheden uitoefenen, maar maakt het niet zozeer uit ’door wie’ de werkzaamheden plaatsvinden, bijvoorbeeld het aanbrengen van signalen langs een bepaald parcours? Dan kan het model - Geen persoonlijke arbeid toepasselijk zijn. Wilt u tenslotte alleen samenwerken met vaste personen en wilt u aanwijzingen kunnen geven? Sluit u dan een arbeidsovereenkomst. Wordt deze modelovereenkomst door de Belastingdienst goedgekeurd? Dan mag u – als de feitelijke uitvoering plaatsvindt volgens de beschrijving in het model – erop vertrouwen dat de Belastingdienst bij een controle de benoemde sportspecifieke verplichtingen niet zal aangrijpen om te stellen dat toch sprake is van uitoefening van gezag. De WOS verwacht dat hiermee veel discussie achteraf kan worden voorkomen.

17. Welke informatie vind ik bij de Belastingdienst?

Ook de Belastingdienst heeft een aantal vragen over de Wet DBA alvast voor u beantwoord.



Hebt u nog vragen? Neem dan contact op met de helpdesk via de button rechtsonder!