Sportwerkgever

Vernieuwde Snelstartgids preventiemedewerkers

Vernieuwde Snelstartgids preventiemedewerkers

Preventiemedewerkers houden zich bezig met veilig en gezond werken in hun sportorganisatie. Maar wat zijn precies hun taken? En hoe begin je daarmee? De Snelstartgids voor preventiemedewerkers geeft antwoord op deze vragen, met praktische tips, checklists en verwijzingen naar handige websites en tools.

ARNHEM - 6 augustus 2018

Met de nieuwe Arbowetgeving is de rol van de preventiemedewerker uitgebreid en versterkt. Elke sportorganisatie moet ten minste één preventiemedewerker in dienst hebben die de maatregelen (gericht op de veiligheid en gezondheid binnen de organisatie) kan uitvoeren. De preventiemedewerker kan een vaste medewerker zijn die deze functie ernaast doet. Bij kleine sportorganisaties mag ook de directeur als preventiemedewerker optreden. Sportorganisaties mogen niet iemand van buiten aanstellen als preventiemedewerker. Behalve als er geen mogelijkheden zijn om de bijstand binnen de sportorganisatie te organiseren. Belangrijk is dat de benoeming van de persoon en de positie van de preventiemedewerker in de organisatie met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging plaatsvindt.

Taken preventiemedewerker
De drie wettelijke taken van een preventiemedewerker zijn:
  1. Het ondersteunen van de werkgever om optimale arbeidsomstandigheden te realiseren. Dit gebeurt via de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
    De preventiemedewerker ondersteunt met het opstellen van een overzicht van alle risico’s over de veiligheid, gezondheid en het welzijn binnen het bedrijf. Dit resulteert in de Sport RIE. De werkgever krijgt door de Sport RIE snel inzicht in waar verbeteringen nodig of gewenst zijn. De preventiemedewerker werkt ook mee aan het plan van aanpak.
  2. Het adviseren en nauw samenwerken met de ondernemingsraad / personeelsvertegenwoordiging over de te nemen maatregelen voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid.
    De ‘Arbocatalogus voor de sport’, ‘Arbotoolbox’ en het ‘Oplossingenboek voor verenigingen’ kunnen hieraan ten grondslag liggen. De preventiemedewerker moet adviseren aan en samenwerken met de bedrijfsarts en andere arbodienstverleners. In het basiscontract is vastgelegd dat de bedrijfsarts tijd moet reserveren voor overleg met de preventiemedewerker.
  3. Het (mede) uitvoeren van arbo-maatregelen.
    Het is gebruikelijk dat de preventiemedewerker afkomstig is van de werkvloer, zodat hij er dagelijks te vinden is. Met zijn ervaring op de werkvloer levert de preventiemedewerker een actieve bijdrage om de kans op gezondheidsklachten en ongevallen op het werk tot een minimum te beperken. Ook vervult de preventiemedewerker een brugfunctie tussen de werkgever en werknemers en let hij er op dat er aandacht wordt besteed aan de – in de RI&E beschreven – risico’s. Veelal worden de taken van een preventiemedewerker ondergebracht bij een medewerker personeelszaken, een management assistente of facilitair coördinator. Het is aan de werkgever om ervoor te zorgen dat de preventiemedewerker voldoende tijd krijgt voor de uitvoering van zijn of haar taken.
Let op: in de RI&E moet worden aangeven hoe werknemers in contact kunnen treden met de preventiemedewerker, dus hoe de toegankelijkheid geregeld is.

Takenpakket uitbreiden
Naast de drie wettelijke taken kan de preventiemedewerker – in overleg met de werkgever – zijn takenpakket ook uitbreiden. Denk hierbij aan het:
  • Vervullen van de rol van vertrouwenspersoon binnen het bedrijf;
  • Organiseren van de samenwerking met de bedrijfshulpverlening; of het
  • Geven van voorlichting over preventie aan collega’s. De preventiemedewerker kan bijvoorbeeld de bredere communicatie over gezond en veilig werken verzorgen. Om ervoor te zorgen dat het onderwerp gezond en veilig werken hoog op de agenda blijft, kan hij daarvoor elementen uit het plan van aanpak (voortkomend uit de RI&E) regelmatig communiceren via nieuwsbrieven, bijeenkomsten of het intranet.
Snelstartgids voor preventiemedewerkers
In de Snelstartgids voor preventiemedewerkers is informatie vanuit verschillende websites en documentatie samengebracht. De preventiemedewerker wordt stapsgewijs geholpen bij het invullen van de rol en het uitvoeren van de taken. De Snelstartgids werkt als een stappenplan: zijn er bepaalde onderdelen al geregeld of niet van toepassing? Dan kunnen die worden overgeslagen. Via de links naar de verschillende bronnen kan verdere verdieping worden gezocht.

De Snelstartgids voor preventiemedewerkers is opgedeeld in 6 onderdelen:
  1. Wat je moet weten (doel: krijg inzicht in je rol en taken als preventiemedewerker en de rechten en plichten die daarbij horen)
  2. Zorg dat u aan de slag kunt (doel: vastleggen wat er van je verwacht wordt en hoe je jouw taken en verantwoordelijkheden gaat invullen)
  3. Ken je netwerk (doel: draagvlak creëren binnen de organisatie en samenwerken, inventariseren wat er leeft)
  4. Starten met de Sport RIE (doel: de risico inventarisatie- en evaluatie (helpen) invullen)
  5. Preventie in de dagelijkse gang van zaken (doel: preventie opnemen in het dagelijkse werkproces. Doorlopend invulling geven aan je rol)
  6. Waar kun je verder nog informatie vinden?
Zelf aan de slag?
Onderstaand tref je in pdf de Snelstartgids aan voor preventiemedewerkers.
Snelstartgids voor preventiemedewerkers

Wil je de RI&E laten toetsen?
De WOS heeft twee partijen geselecteerd die ervaring hebben met de Sport RIE en de RI&E voor jouw organisatie kunnen toetsen. Voor meer informatie of vragen neem contact op met je accountmanager of met n.janssen@sportwerkgever.nl.

Vrijstelling van RI&E-toetsing geldt voor sportorganisaties waarin alle werknemers bij elkaar opgeteld totaal maximaal 40 uur per week arbeid verrichten. Zowel deze sportorganisaties, als sportorganisaties met maximaal 25 werknemers, moeten uiteraard wél over een (actueel en waarheidsgetrouw) RI&E-document beschikken, want dat is een wettelijke verplichting voor alle werkgevers met personeel in dienst. In alle overige gevallen moeten sportorganisaties hun RI&E-document ‘gewoon’ laten toetsen door een arbodienst of gecertificeerd arbo-kerndeskundige, ongeacht of de sportorganisaties gebruik maakt van een branche RI&E-instrument - zoals de Sport RIE- dat door sociale partners is erkend of in de CAO is overeengekomen. Voor alle duidelijkheid: de voordelen van toetsingsvrijstelling hebben dus uitsluitend betrekking op sportorganisaties met maximaal 25 medewerkers.

Nieuwsarchief

Nieuws

Nieuwsbrieven