Sportwerkgever

Ledenberaad voor een nieuwe CAO Sport

Ledenberaad voor een nieuwe CAO Sport

Het einde van de CAO Sport 2016-2018 komt in zicht. Op dinsdag 30 oktober waren de leden van Werkgevers in de Sport (WOS) te gast bij NDC Den Hommel in Utrecht om hun input te geven voor de nieuwe CAO Sport. Met de verkregen input kan de werkgeversdelegatie nu starten met de cao-onderhandelingen. De leden van de WOS ontvangen per mail een uitgebreider bericht met de besproken thema’s, insteek van de onderhandelingen en reacties van de aanwezige leden.

ARNHEM - 7 november 2018

Twee belangrijke thema’s die tijdens het ledenberaad aan de orde kwamen, zijn de loonontwikkeling en het toewerken naar inzetbaarheidsbudgetten. Na een welkom door WOS-directeur Marc Elffers is een toelichting op het proces en beide thema’s gegeven door Ronald Veldman en Nischa Janssen, beleidsadviseurs bij de WOS.

Loonontwikkeling
De CAO Sport loopt aan het einde van haar driejarig termijn, tevens is het tijd om met elkaar te kijken naar de insteek van nieuwe meerjarenafspraken. Op een aantal punten vraagt de WOS daarbij input van haar leden.

Resultaten in vogelvlucht
  • interessant is onder andere de ontwikkeling rondom het derde jaar WW. Sociale partners hebben door deelname aan de ‘verzamel-cao’ uitvoering gegeven aan de cao-afspraken om het derde jaar WW te repareren. Deze afspraken zijn in overleg met de leden van de WOS tot stand gekomen. Inmiddels is de aanvraag ingediend. Het is een langdurig proces;
  • inventarisatieonderzoek pensioen: centrale vraag is of we met de pensioenregeling voor de sport nog steeds op de goede plek zitten? Op basis van de resultaten van het inventarisatieonderzoek gaan we daarover met elkaar in gesprek;
  • ESF traject: dit traject hebben we benut met Samen presteren, waarbij een deel van de cao-projecten kon worden gefinancierd. De helft van de kosten ontvangen we via deze subsidie terug. Dit traject biedt ook de mogelijkheid om onderzoek te doen, bijvoorbeeld een sectoranalyse, die input geeft voor ontwikkeling van arbeidsvoorwaarden;
  • modernisering cao-teksten: we werken aan een compactere cao waarbij leesbaarheid en gebruiksgemak voorop staan. Uitgebreide toelichtingen en wettelijke bepalingen worden verhuisd naar de bijlagen om de kern zo duidelijk mogelijk te houden.


Zelfregie en dialoog
Als sector bevinden we ons aan het einde van het traject: welke weg gaan we nu bewandelen? Uit de moderniseringssessies die in 2017 werden gehouden en een recente sessie met directies van sportorganisaties blijkt dat de wens blijft van sommige organisaties om zelf meer inkleuring aan de arbeidsvoorwaarden te kunnen geven. Die ruimte tot maatwerk ligt er veelal wel, maar wordt vaak niet gevoeld en dient dus zichtbaarder worden gemaakt. De vervolgstap is om nog meer mogelijkheden tot maatwerk te creëren. Tegelijkertijd bestaat bij werknemers meer behoefte aan keuzevrijheid: zelf mede bepalen hoe je arbeidsvoorwaarden eruit komen te zien, passend bij je levensomstandigheden en levensfase. De dialoog tussen werkgever en werknemer is bij de focus op zelfregie belangrijk, OR en PvT spelen daarbij een belangrijke rol. Medezeggenschap dient kwalitatief op orde te zijn.

Keuzebudgetten
Keuzebudgetten vormen een ander belangrijk thema, ook voortkomend uit sessies met werknemers en werkgevers en het traject ‘The next step in duurzame inzetbaarheid’. In de BV Nederland zien we kantelende arbeidsverhoudingen, meer individuele keuzevrijheid voor het realiseren van wensen, ambities en doelen. Transparantere arbeidsvoorwaarden, waarin de medewerker een bij zijn levensfase / omstandigheden passende keuze kan maken. Investeren in de ontwikkeling, vitaliteit en employability versterkt de (arbeidsmarkt)waarde van medewerkers en daarmee van sportorganisaties. Het maakt dat we door vitaal werkgever- en werknemerschap aantrekkelijk blijven als sector en als werkgever. Het is één van de tools om ‘the war on talent’ het hoofd te kunnen bieden.

Toegevoegde waarde
Om het beeld vanuit werknemers in de sport aan te vullen, zijn gegevens verzameld via de sectoranalyse. Uit de thermometer die werd ingezet in The next Step blijkt een discrepantie tussen daadwerkelijk gevolgde scholing (laag) en de behoefte aan scholing (hoog). Medewerkers zijn onvoldoende bekend met de mogelijkheden voor scholing, training, coaching en ontwikkeling. Ze geven de bekendheid van het huidige aanbod een 6. Op het vlak van vitaliteit blijkt dat één op de drie werknemers een verhoogd risico op burn out heeft. De sector wil juist vitaliteit uitstralen. Employability zegt iets over hoe interessant je bent voor andere organisaties (in of buiten sport)? Daar scoren werknemers in de sport relatief slecht. Ook loopt de sport iets achter qua loonontwikkeling. Wil je als sport toegevoegde waarde blijven bieden, dan moeten mensen het verschil maken. Daar verliest de sport (op termijn) de ‘war on talent’ indien men niet mee ontwikkeld als sector.

Lange termijn visie
We kunnen ons als sector sport op een essentieel onderdeel onderscheiden van andere sectoren: vitaliteit. Met goed toegeruste, bevlogen en vitale medewerkers maken we werk van de sport van morgen. Vitaal werkgever- en werknemerschap dient dan één van onze speerpunten te zijn. De zaal was het daar mee eens en is ook bereid daarin te investeren.
Het motto van sociale partners is eigen regie en eigentijdse arbeidsvoorwaarden stimuleren. Een denkrichting hierin is:
  1. Inzetbaarheidsbudget: percentage van de loonsom (inkleuring budget, pilots).
  2. Persoonlijk keuzebudget (artikelen cao zoals bijzonder verlof, passend bij levensfase en omstandigheden). Waarbij collectieve arbeidsvoorwaarden uit de CAO Sport een waarde krijgen toegekend en men dit individueel kan inzetten.
Er zijn al veel stappen genomen om eerst tot een inzetbaarheidsbudget te komen. Er zijn een aantal onderdelen waarop de meningen nog verschillen en die worden deels aan de zaal voorgelegd.


Aandachtspunten
Bij de uitwerking van stap 1 kwamen een aantal aandachtspunten naar voren: mag men uit het doorontwikkelde opleidingsbudget ook vitaliteitsbevorderende activiteiten halen? Mogen de collectieve opleidingen wel of niet ten laste gebracht worden van de 1%? In hoeverre heeft de werknemer eigen regie? En hoe om te gaan met het huidige talentmanagement in organisaties en investeringen in ontwikkeling en vitaliteit? Wordt de dialoog met werkgever gevoerd en wie besluit er uiteindelijk of de activiteit ten koste mag worden gebracht van het budget? De punten worden door middel van pollvragen in de CAO-app voorgelegd aan de aanwezigen. Over een aantal zaken is men het unaniem eens, op andere punten is de zaal verdeeld.

Hoe verder?
De onderhandeling zullen de 19de november starten met de vakbonden. De punten aangedragen door de leden van de WOS worden hierin meegenomen. Over de verdere ontwikkelingen en cao-onderhandelingen worden werkgevers in eerste instantie via de mail en tijdens de algemene ledenvergadering op de hoogte gehouden. U kunt met uw vragen natuurlijk altijd terecht bij uw WOS accountmanager of het WOS-bureau.

Nieuwsarchief

Nieuws

Nieuwsbrieven