Sportwerkgever

Brancherapport 'The next step in duurzame inzetbaarheid'

Het imago van de sportmedewerker is dat deze wat gezonder en sportiever leeft dan werknemers in andere branches. Dus dan zal hij of zij ook wel duurzamer inzetbaar zijn. Maar is dat eigenlijk wel zo? Lees de resultaten en aanbevelingen uit het onderzoek verricht binnen een twaalftal sportorganisaties.

Duurzame inzetbaarheid gaat verder dan een gezonde levensstijl alleen. Het gaat ook over de betrokkenheid en ontwikkeling van medewerkers met als voornaamste doel ze ‘fit for the job’ te houden, terwijl economische en technologische ontwikkelingen elkaar steeds sneller opvolgen. Reden voor de WOS om samen met adviesbureau Bewegen Werkt de duurzame inzetbaarheid in de sport (onder haar leden) in kaart te brengen.

Honderden werknemers in de sport hebben deelgenomen aan het onderzoek, de workshops, teamsessies, Health Checks en verschillende trainingen. Er is een mooi brancherapport opgesteld en de grote lijnen van de duurzame inzetbaarheid van medewerkers in het sportieve werkveld zijn duidelijk. Pieter Iedema, adviseur bij Bewegen Werkt, presenteerde samen met Nischa Janssen van de WOS de resultaten van het onderzoek tijdens de inspiratiesessie voorafgaande aan de algemene ledenvergadering op 28 november 2017. Het traject was voor de deelnemende werkgevers en werknemers volledig kosteloos door de bijdrage van Zilveren Kruis, een ESF-subsidie en de bijdrage van het arbeidsmarktfonds Samen Presteren. Een mooie kans om duurzame inzetbaarheid in de organisatie te onderzoeken en te verbeteren. Wat Iedema opvalt in de sport is de passie en betrokkenheid die medewerkers met hun werkzaamheden hebben. Werknemers ervaren meer dan gemiddeld een grote mate van zelfstandigheid. Ook de leefstijl van sportmedewerkers is, zoals te verwachten, bovengemiddeld goed.

Burn-out op de loer
Maar het was niet alleen een goednieuwsshow. Zo blijkt uit de monitor ook dat 33 procent van de sportmedewerkers een verhoogd risico op een burn-out heeft. Waar het merendeel van de medewerkers mee te maken heeft, is een slaaptekort. Verder gaven de medewerkers aan behoefte te hebben aan verbetering van de gesprekscyclus en dat binnen die cyclus meer aandacht zou moeten zijn voor duurzame inzetbaarheid. Het meest opvallend zijn de resultaten op het gebied van employability die door de monitor naar voren kwamen. Zo werd bijvoorbeeld duidelijk dat sportmedewerkers zich graag laten scholen, maar dit in de praktijk nauwelijks doen. Voornaamste oorzaak is dat er weinig kennis is over de mogelijkheden daartoe. Eenzelfde beeld zien we bij mobiliteit. Zo willen sportmedewerkers best van functie veranderen maar dit gebeurt in de praktijk zelden.

Uit de teamsessies en training leidinggevenden blijkt dat er bewustzijn bij leidinggevenden is over het voorbeeldgedrag en het belang van de duurzame dialoog. Een aandachtspunt is het vragen, geven en ontvangen van feedback, evenals het omgaan met weerstand.

Rooskleuriger beeld
Ruimte voor verbetering dus, concludeert Nischa Janssen, themaverantwoordelijke en aanjager van het thema duurzame inzetbaarheid, op basis van de resultaten. Een beeld dat nog eens werd bevestigd door de werkgevers die als WOS-lid het geheel bekostigde traject ‘The Next step in Duurzame inzetbaarheid’ van het arbeidsmarktfonds Samen Presteren hadden gevolgd en hun ervaringen deelden met de aanwezigen. Zonder uitzondering hadden de deelnemers allemaal een rooskleuriger beeld dan de uitkomsten van het onderzoek van de duurzame inzetbaarheid van hun medewerkers. Allen gaan aan de slag om op organisatieniveau het thema verder uit te werken. Zowel werkgevers als werknemers hebben het traject als waardevol ervaren. De workshop ‘Duurzame Dialoog’ werd zelfs met een 8,3 gewaardeerd. Hoogste tijd dus om met elkaar de duurzame dialoog aan te gaan. In het traject is samen met deelnemers een gespreksleidraad ontwikkeld voor leidinggevenden met hun medewerker om de duurzame dialoog te voeren. Deze leidraad wordt beschikbaar gesteld aan de leden van de WOS, zodat zij deze voor de gespreksvoering kunnen benutten.

Ontziemaatregelen en hoe verder?
66 procent van de bijna 400 ondervraagde medewerkers in de sport geeft aan open te staan voor een verandering van de huidige ontziemaatregelen in de CAO Sport. Een hoog percentage, wetende dat 89 procent van deze ondervraagden in aanmerking komt voor een aantal extra bovenwettelijke vakantiedagen met behoud van salaris (ontziemaatregelen/ouderendagen, artikel 29 CAO Sport). Het merendeel van dit percentage is wel van mening dat vrije dagen een onderdeel moeten worden van een alternatief. Men staat positief ten opzichte van het invoeren van een persoonlijk keuzebudget. De WOS gebruikt de totale uitkomsten van het brancherapport samen met de wensen, opgehaald tijdens de moderniseringsessies eerder dit jaar, om met elkaar in 2018 de nieuwe CAO Sport in te kleuren in de vorm van een pilot met werkgevers en werknemers.

Bijlagen:

Infographic The next step in Duurzame Inzetbaarheid

Presentatie The next step in Duurzame Inzetbaarheid